Home » Columns » 42 Schokkende vragen aan de minister!

 
 

42 Schokkende vragen aan de minister!

 

Vragen over de samenhang der dingen en onafhankelijk onderzoek

Onderstaand 42 vragen die gesteld zouden moeten worden over de aardbevingen door gaswinning in Groningen die de minister per direct zou moeten kunnen beantwoorden, gezien zijn aankondigingen en alle onderzoeken in 2013. De vragen zijn gebaseerd op feiten en onafhankelijke wetenschap. Daar ontbreekt het in Nederland aan. Dat heeft geleid tot de huidige situatie waarin de bevolking van Groningen heel weinig vertrouwen heeft in onderzoeken die geïnitieerd en gecontroleerd worden door het ministerie van EL&I. Met jaknikken wordt nu eenmaal meer brandstof gewonnen dan met kritisch evalueren dan wel in bepaalde gevallen nee schudden. Ik voel mij al meer dan 20 jaar een klokkenluider, die daarom niet betrokken wordt bij noodzakelijke onderzoeken. Mijn archief is groot en laat zien dat onafhankelijk onderzoek gedurende meer dan 20 jaar ongewenst was en werd tegengewerkt.

Het valt te betreuren dat we meer dan 10 jaar achterlopen, terwijl we als Nederland met de kennis die we hadden kunnen verwerven, wereldwijd onze expertise te gelde hadden kunnen maken. Met andere onafhankelijke geologen heb ik niet de illusie dat wij bij toekomstige noodzakelijke onderzoeken betrokken zullen worden. Het boek dat ik met hen aan het schrijven ben, zal boekdelen spreken.

Peter van der Gaag – Onafhankelijk geoloog

Magnitudes, intensiteit en diepte

1) Bent U het eens met het standpunt dat een aardbeving op 1,5 km diepte met een magnitude 4,1 een hogere intensiteit zal laten zien (overigens in een kleiner gebied) dan een aardbeving van 4,1 magnitude op reservoirniveau?

2) Bij een gelijke magnitude brengen aardbevingen meer schade toe wanneer ze ondieper plaatsvinden. Zo is bij de aardbeving op 1,5 km diepte (Middelstum 1994) de schade groter geweest (intensiteit hoger) dan bij bevingen met dezelfde magnitude op 3 kilometer diepte en dieper. Dit is niet alleen gebaseerd op gevoel en waarneming maar ook op het gegeven dat de seismische golven nu eenmaal eerder aan het maaiveld zijn bij ondiepere bevingen. Het KNMI schreef in 1994: “de diepte van 900 meter komt ongeveer overeen met de overgang tussen het Tertiair en de daaronder gelegen lagen van het Krijt. De lokale geologische structuur bij Middelstum is complex en behoeft nadere studie”. Is dit gevraagde onderzoek inmiddels klaar? Zo ja, is de complexe geologie bij Middelstum openbaar gemaakt voor onafhankelijk commentaar?

3) Geldt de waarde die de minister hanteert van Magnitude 4,1 daarom voor bevingen op reservoir niveau (3 km) of voor ondiepere bevingen (bijvoorbeeld op 1,5 km)?

4) Het Slochteren reservoir bevindt zich in het noorden op ongeveer 2900 meter diepte en in het zuiden op 2750 meter diepte. Is de diepte bepaling van het KNMI van 3 km een (onnauwkeurige) schatting, of vinden de aardbevingen in het noorden plaats op andere diepte dan in het zuiden? Betekent dit ook dat de toekomstige bevingen op reservoirniveau in het zuiden gemiddeld een hogere intensiteit zullen laten zien dan in het noorden bij eenzelfde magnitude?

Wereldwijde aardbevingen onderzoek

5) Het KNMI meldt op haar website dat een overzicht wordt gegeven van de laatste 30 geregistreerde aardbevingen. Waarom wordt de sterkste van deze bevingen niet gemeld – de aardbeving van 20 december 2013 geïnduceerd door mijnbouw op minder dan 40 km van de Nederlandse grens met een magnitude van 3-3,5?

6) Is de minister bekend dat een gasopslag in Spanje is stilgelegd door het optreden van aardbevingen bij aanvang van het vullen, terwijl hier bij het winnen van olie uit het reservoir nooit aardbevingen zijn opgetreden? De hoogste magnitude tot nu toe was 4,2. Heeft deze gebeurtenis en het feit dat nu de magnitudes van aardbevingen door gaswinning naar boven worden bijgesteld, gevolgen voor de gasopslagen in Nederland?

7) Is het de minister bekend dat aardbevingen in gasvelden kunnen worden getriggerd door zeer sterke aardbevingen op duizenden kilometer afstand?

8) Is het de minister bekend dat zowel injectie van CO2 als injectie van formatiewater hebben geleid tot het optreden van aardbevingen in verschillende landen (vooral in de V.S.)?

9) Is het de minister bekend dat oplosmijnbouw in zout tot aardbevingen kan leiden en heeft geleid?

10) Is de minister bekend met het feit dat ook (kleinere) seismische gebeurtenissen zijn geconstateerd in zoutcavernes na grote aardbevingen op duizenden kilometers afstand?

11) Is de minister bekend met het feit dat er in de V.S. een discussie gaande is of de instorting van een caverne in zout is veroorzaakt door een aardbeving van magnitude 3,6 op 20 km afstand?

12) Is de minister bekend met het feit dat oplosmijnbouw in Friesland niet te vergelijken is met oplosmijnbouw in Groningen? In Friesland gaat het om horizontale zoutlagen die miljoenen jaren niet hebben bewogen. In Groningen gaat het echter om zoutpijlers (zoutkoepels) waarvan TNO zegt dat ze in recente geologische geschiedenis nog opwaarts hebben bewogen. Dit is een aan de door gaswinning veroorzaakte bodemdaling tegengestelde beweging. Is deze mogelijk tegengestelde beweging meegenomen in de daling ten gevolge van de gaswinning?

13) Een ander verschil tussen zoutlagen en zoutpijlers is het voorkomen van caprock (gipshoed). Deze caprock kan door erosie karstverschijnselen (ondergrondse holten door oplossing) herbergen. Is het de minister bekend dat in Duitsland deze karstverschijnselen hebben geleid tot instorting (“Ein Erdfall ist der plötzliche Einsturz des Untergrunds infolge eines durch … (Salz- oder Gipsauslaugung durch Grundwasser) im unterirdischen Karst.”)  Is de minister bekend met het feit dat er een ondergrondse holte is geconstateerd in een Groningse zoutkoepel?Is er in relatie tot de Groningse aardbevingen onderzoek gedaan naar  andere karstverschijnselen in zoutpijlers? Hoe groot is de kans dat deze holten in kunnen storten bij een aardbeving van 4,1 (of zelfs 5)?

14) Is de minister bekend met het feit dat de gascavernes (gemaakt door oplosmijnbouw) in Zuidwending direct boven het gasveld Slochteren liggen? De gascavernes bevinden zich op iets meer dan 1 km direct boven het Slochteren reservoir. We nemen aan dat de gascavernes tot de infrastructuur horen van de provincie Groningen. Waarom is er geen aandacht besteed aan mogelijke gevolgen voor de gascaverne door een aardbeving in de nabijheid of direct eronder?

15) Is de minister bekend met het feit dat gascavernes in zout met 0,5-1 procent per jaar krimpen ten gevolge van convergentie (zoutvloei)? Daar aangenomen mag worden dat zout zich ook op grote diepte van de randen van de zoutpijler naar de cavernes beweegt, ontstaat er dus rek (spanning). Hoe interfereert dit met bodemdaling (en aardbevingen) veroorzaakt door de gaswinning? Wat zijn de mogelijke consequenties?

16) Is het de minister bekend dat het weghalen van massa (kolen, zout, gesteenten) aardbevingen kan veroorzaken? Dit is gebeurd bij kolenwinning in Australië. Er zijn bij Veendam en Winschoten-Zuidwending miljoenen tonnen steenzout gewonnen, heeft dit consequenties voor breuken die aanwezig zijn, onder de zoutlaag en in bepaalde gevallen in of grenzend aan het Slochteren reservoir?

17) Is het de minister bekend dat de voortplanting van seismische golven sneller in zoutpijlers gaat dan daarnaast in een horizontale opvolging van sedimentgesteenten zoals boven het Slochteren gasveld? Wat zijn hiervan de gevolgen (interferentie, versterking) op de effecten aan het maaiveld?

18) Is het de minister bekend dat zich boven zoutpijlers breukstructuren (kunnen) bevinden in de ondiepe ondergrond? Wat is het effect op deze breuken, wanneer er een aardbeving onder of vlak naast een zoutkoepel plaatsvindt in het Slochteren reservoir? Kan de minister een doorsnede tonen waarop zowel de zoutpijler Zuidwending, de gas opslag cavernes als ook het Slochteren gasveld met alle breukcontacten kunnen worden getoond?

19) Is de minister het eens met de stelling dat de complexe geologie van het zout meegenomen had moeten worden in het beschrijven en bepalen van de risico’s en schade van aardbevingen in Groningen? Uit grondboor en hamer (2000)– speciale uitgave zoutpijlers rondom Slochteren gasveld

Schade

20) De zogenaamde PGA, de maximale grondversnelling aan het maaiveld, is een maat voor de schade. Is de minister bekend met het onderzoek waaruit blijkt dat de grootste piekversnelling zich niet altijd direct boven de breuk (hypocentrum), maar op afstand voordoet (enkele km)? Wat zouden de implicaties kunnen zijn bijvoorbeeld voor de stad Groningen?

21) Er wordt in de rapporten van EL&I gesproken over PGA’s van 0,1, 0,2 en zelfs 0,5 maal de zwaartekrachtversnelling. Is de minister bekend met wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat al bij een PGA van 0,09 effecten als verweking (Engels: ”liquefaction”) kunnen optreden?

22) Zogenaamde verweking komt voor bij aardbevingen. Dit gebeurt wanneer de cohesie tussen bijvoorbeeld losgepakte zandlagen (tussen de korrels) verdwijnt. Uit de “recente” literatuur is bekend dat bij diepere aardbevingen verweking al is opgetreden bij aardbevingen met intensiteit vanaf 6 en hoger (evenals magnitudes vanaf 4,2)? In Groningen voldoet de geologie op bepaalde plaatsen aan de voorwaarden voor verweking. Hoe groot acht U hier de kans op verweking? Kent U de mogelijke effecten van verweking op de infrastructuur?

23) In de onderzoeksrapporten die in opdracht van EZ zijn opgesteld, wordt bij verweking uitgegaan van formules die zijn gebaseerd op magnitudes van diepe aardbevingen. Er is echter weinig bekend over de relatie tussen ondiepe aardbevingen en hun magnitudes en daardoor veroorzaakte verweking. Bent U het hiermee eens?

24) Er zijn voor mensen begrijpelijke illustratieve weergaven van dit fenomeen. Het is aan te bevelen om deze verschijnselen in een brochure uit te leggen zodat het eventueel vóórkomen ervan snel door de lokale bevolking kan worden geconstateerd en gemeld. Is de minister het hiermee eens?

25) Kent de minister het fenomeen lateral spreading? Bij de aardbeving van Roermond is dit fenomeen geconstateerd bij de oevers van de Maas. De constellatie in Groningen met aan het maaiveld een kleilaag, daaronder zand met een hoge grondwaterspiegel, doorsneden door vaarten en kanalen maakt de kans groter op het voorkomen van lateral spreading. Daarbij kunnen de oevers/kaden van vaarten en kanalen naar elkaar toe bewegen. Het is eenvoudig uit te leggen dat daar waar huizen dichtbij oevers/kaden staan, het gevaar bestaat dat de oevers sterker kunnen uitwijken. Dit fenomeen wordt duidelijk weergegeven door bijvoorbeeld de Nieuw Zeelandse aardbevingsdienst naar aanleiding van overigens sterke aardbevingen (M.6.3) maar wel dieper dan de geïnduceerde bevingen in Groningen. Waarom is er in de EL&I onderzoeken geen aandacht besteed aan lateral spreading? In Groningen kan de grondwaterstand (parabool) met enkele meters fluctueren aan vaarten en sloten. Huizen staan direct aan kanalen en brede vaarten. Deze situatie doet zich bijna nergens anders in de wereld voor. Welke effecten kunnen worden verwacht tijdens een aardbeving?

26) Bent U bekend met het feit dat bij schademeldingen in de negentiger jaren, het Onafhankelijk Geologen Platform heeft gewezen op mogelijk lokale effecten (schade aan Boterdiep oever, schade door opbolling van de vloer op natte zandgrond Schuilingsoord)? Hoe staat het met de onderzoeken naar deze effecten?

27) Ook de ondiepe geologie laat in Groningen grote laterale verschillen zien. Zo zijn er naast ondiepe zoutpijlers ook Elsterien geulen (ijstijd geulen) van honderden meters diep. Wat is het effect van deze verschillen op mogelijke schade aan het oppervlak?

28) In 2004 werd geconstateerd dat er kleien zijn die kunnen zwellen (knipklei,knikklei). Die kunnen in bepaalde gevallen druk uitoefenen op constructies en funderingen. Hoewel TNO/Grondmechanica bestrijdt dat er zich zwelkleien bevinden, is door nader onderzoek bewezen dat er druk kan worden uitgeoefend door deze kleien. In hoeverre kunnen onder druk staande constructies meer schade door aardbevingen ondervinden en waarom is dit niet meegenomen in de door U geïnitieerde onderzoeken? Bent U bekend met het feit dat in landen als Frankrijk, Engeland en Canada adviezen worden gegeven om schade ten gevolge van zwel/krimp tegen te gaan?

29) De zogenaamde knipklei toont grote verschillen in eigenschappen in droge zomers en natte winters. In droge perioden “droog met krimp en keihard als steen”, in natte perioden gezwollen, plastisch en ondoorlatend. Wat is het verschil in gedrag van deze ogenschijnlijk totaal verschillende gesteentetypen bij een aardbeving?

Injectie en aardbevingen

30) Bent U bekend met de aardbeving bij Weststellingwerf; deze vond plaats in het aardgasveld terwijl er gedurende productie nooit aardbevingen zijn geconstateerd. Na slechts een kleine waterinjectie vond de aardbeving plaats: Op 26 nov. 2009 is bij Weststellingwerf op een diepte van ongeveer 2 km een beving met een lokale sterkte, ML=2,8 opgetreden  Bent U bekend met het onderzoek dat vijf mogelijke oorzaken bespreekt van deze aardbeving door waterinjectie in dit veld? Water weakening wordt genoemd als meest waarschijnlijke oorzaak

30) Bij Borgsweer wordt sinds jaar en dag een grote hoeveelheid formatiewater geïnjecteerd. Er wordt gesproken over miljoenen tonnen en het feit dat daar de reservoirdruk 100 bar hoger is dan elders in het Slochterenveld (NAM/TNO). Is de minster bekend met de hoeveelheid geïnjecteerd water en het verspreidingsbeeld ondergronds? Is de minister bekend met het feit dat drukken kunnen worden doorgegeven door water en dat geïnjecteerd water breuken kan smeren? Is de minister bekend met de mogelijkheid dat een reeds gedaald reservoir waarin grote hoeveelheden water worden gepompt, gevoelig is voor aardbevingen? De onderzoekers van de aardbeving bij Weststellingwerf opperen als een mogelijke oorzaak: repressurization of the reservoir due to water injection. Is de minister met dit fenomeen bekend?

31) Weet U of de aardbeving van 16 februari 2013 bij Borgsweer door injectie is veroorzaakt?

Ongelijkmatige bodemdaling

32) Borgsweer ligt in het Groningen veld. Daarom is het onjuist te veronderstellen dat bij Borgsweer de bodemdaling gelijk is aan andere plaatsen op gelijke afstand vanaf het centrum van de gaswinning (diepste daling). Bent U het hiermee eens?

33) Ten Noordoosten van Groningen (5-10) kilometers ligt een gebied waar geen gas wordt gewonnen. Kunt U verklaren waarom het gebied daar daalt en of het daar evenveel daalt als direct aangrenzend aan het gebied, waar wel gas wordt gewonnen?

34) Er bestaat terecht veel onduidelijkheid over ongelijkmatige bodemdaling. Dat komt deels omdat verschillende diepe en ondiepe processen op elkaar inwerken. Bent U ermee bekend dat er reeds vele jaren geleden onafhankelijk onderzoek is voorgesteld om deze mechanismen van elkaar te onderscheiden? Hoe is uw ministerie met dit voorstel omgegaan?

Meten is weten

35) Er worden versnellingsmeters gebruikt om versnellingen (PGA) te meten en een idee te krijgen over mogelijke schade. Een logische veronderstelling is dat de nu geïnstalleerde  versnelling meters vooral staan op in de vorige vragen aangeduide risicogebieden (zwelkleien, oevers etc.). Kan de minister dit bevestigen?

36) Gezien de complexe geologie is aan te bevelen om eveneens versnellingsmeters te positioneren boven Elsterien geulen en boven ondiepe zoutpijlers. Bent U het eens met het feit dat het aantal in de laatste jaren geplaatste versnellingsmeters weinig zegt over locatiespecifieke omstandigheden?

37) Het is bekend dat tiltsensoren de reactie kunnen meten van het weghalen of injecteren van massa in de ondergrond. De relatie kan worden gelegd tussen de hoeveelheid massa en de mate van stijging/daling. Tiltsensoren kunnen gebruikt worden als een early warning systeem Immers waar de gelegde relatie niet wordt waargenomen, is er “grote” kans op een “schokkende” bodemdaling ipv een geleidelijk en overal gelijkmatige bodemdaling. Waarom worden geen tiltsensoren ingezet, terwijl daar al twintig jaar lang op wordt aangedrongen? Omdat het Slochteren gasveld gecompartimenteerd is (begrensd door breuken) zou inzet van tiltsensoren veel gegevens hebben opgeleverd.

38) Tiltsensoren kunnen ook worden gebruikt om bodemstijging (dan wel achterblijven bodemdaling) in Borgsweer te meten. Ook kan worden gemonitored in welke richting het geïnjecteerde water zich beweegt. Tiltsensoren worden o.a. gebruikt om de ondergrondse bewegingen van geïnjecteerd CO2 te volgen? In Algerije is sinds begin van CO2 injectie na enkele jaren met tiltsensoren een bodemstijging van 30 mm aangetoond. Tiltsensoren kunnen zelfs vullen en legen van gasopslag cavernes monitoren. Het grote voordeel van een systeem van tiltsensoren is het feit dat online kan worden gemonitored. Bent U het hiermee eens. Waarom worden tiltsensoren in Nederland niet ingezet?

39) Tiltsensoren kunnen overigens ook gebruikt worden om diepe en ondiepe bodemdalingmechanismen te onderscheiden. Bent U het daarmee eens?

40) Kunt U zich voorstellen dat onderzoeken naar effecten bij gas- en oliewinning uitgevoerd door direct en indirect betrokkenen maar nooit door onafhankelijke partijen als niet erg betrouwbaar worden geacht?

41) Waarom worden bij de aardbevingen en bodemdalingonderzoeken in de laatste 10 jaren in Nederland niet de laatste stand van de wetenschap en de best technical means gebruikt? Kan er een onderzoek plaatsvinden naar het feit waarom geen onafhankelijk onderzoek is uitgevoerd met betrekking tot bodemdaling en aardbevingen in Groningen?

42.) Als laatste een vraag van een geoloog die leek is op het gebied van gasrotondes:  Kan de minister verklaren of er een relatie is tussen de slechtst presenterende LNG terminal in  Europa (door het ontbreken van gascontracten heeft de GATE terminal de afgelopen twee jaar  nog geen miljard kub gas ingevoerd terwijl 12 miljard kub per jaar de bedoeling was) en het  feit dat de laatste twee jaar veel meer gas uit het Slochteren veld is gehaald? Was de extra  gaswinning misschien nodig om het tekort aan gasimporten (in de vorm van LNG) te compenseren?

Voor inlichtingen: Peter van der Gaag – Geoloog / 06-21213658, pvdgaag@xs4all.nl

Share Button

Laat uw mening horen!

Reageer op de Facebookpagina of via Twitter.